Mijn tandarts is niet eng, mijn tandarts is een eikel.

februari 17, 2014

Niemand vindt het leuk om naar de tandarts te gaan. De meeste mensen vinden het eng. Nou, ik ben niet bang. Mijn tandarts is niet eng, mijn tandarts is een eikel.

Hoe kan ik dan beter mijn eerste vakantiedag besteden dan met hem? Mijn grote vriend de tandarts, mijn grote vriend die me, toen ik een beetje vrouwelijke vormen begon te krijgen, zei dat ik 'wel dik aan het worden was.'
Het gaat zo: Ik kom om 14.10 de wachtkamer binnen en moet dan ten eerste al minstens een uur wachten (ik snap niet waarom ik nog op tijd kom...)
Hij roept me naar binnen, ik ga in de stoel liggen, doe mijn mond open en hij kan beginnen met zijn beledigingen, omdat ik toch niet kan reageren.
'Maar het conservatorium is toch iets heel serieus en musical is dat niet.'
'Leuk met een studiegenoot samenwonen, jullie hebben vast veel lol.'
Ik gebaar zoiets als 'mwuah'.
Zodra ik mijn mond weer kan gebruiken, zeg ik: 'We zijn bijna nooit thuis.'
'Oh, jullie zijn zeker alleen maar aan het feesten.'
Weer duurt het 10 minuten voor ik kan antwoorden.
'Nee, we hebben gewoon elke dag les van 9 uur 's ochtends tot 10 uur 's avonds'. Dat was maar een heel klein beetje overdreven en zorgt er wel mooi voor dat mijn tandarts met zijn bek vol tanden staat (leuke woordgrap).
'Oh, oh dat vind ik best wel lang.'
Ja, ik doe namelijk een echte studie. Ik huppel niet een paar uur per dag rond in een conservatorium om vervolgens te gaan zuipen. Ik leef niet zo ongezond als jij denkt. 
Vervolgens vindt mijn geliefde tandarts een gaatje. Dat is ook niks nieuws. Op de een of andere manier, heb ik altijd gaatjes. En ik kan me niet voorstellen dat ik meer snoep dat anderen. Ik heb gewoon een slecht gebit.
Dus terwijl hij mijn lip verdoofd, heeft hij weer wat extra tijd om me de grond in te boren (weer een leuke woordgrap).
'Maar er is vast heel veel concurrentiestrijd, jullie staan vast op ontploffen.'
Ik kijk hem verveeld aan.
'Maar jullie hebben wel vast heel veel lol, lekker veel gays om je heen.'
Ongemakkelijk probeer ik te knikken terwijl ik hem wel kan wurgen. Alleen dat woord 'gays' al. Dat zijn ook gewoon mensen hoor.
'Ik ben echt een goede tandarts hè. Moeilijke vragen stellen waar je geen antwoord op kunt geven. Zo horen tandartsen dat te doen.'
Je stelt geen moeilijke vraag, eikel. Je zit met een freaking boor in mijn mond, daarom reageer ik niet.
Daarna komt de gebruikelijke preek: Geen sapjes, geen suiker, geen frisdrank. Alleen leven op water en wortels. Gelukkig hebben mensen geen koolhydraten nodig om te leven. Ik ben bij dit deel allang afgehaakt. Het maakt me eigenlijk niet meer uit wat die man zegt.
Als ik eindelijk mijn mond mag spoelen, druk ik mijn tandarts op het hart dat het reuze meevalt met de concurrentiestrijd omdat je een studie samen doet en omdat je samen moet werken om te komen waar je wilt zijn.
Hij drukt me nog twee tubes tandpasta in mijn hand (yes gratis spullen) terwijl ik met mijn tong aan het uitstekende stukje vulling voel. Kan die man nou nooit gewoon mijn tand vullen zonder scherpe delen uit te laten steken.
Anderhalf uur later loop ik eindelijk de praktijk uit. Ik moest eigenlijk nog dingen doen, maar ik fiets gelijk naar huis. Ik wil op de bank zitten, huilend, met mijn dikke lip en 'De modepolitie 2.0'.
Gelukkig hoef ik pas over een half jaar weer terug.

You Might Also Like

0 reacties