'Britt, ik wil graag dat je bij deze scène huilt.'

mei 18, 2014

Ik heb een zwarte ziel. Ik haat kinderen, ik haar dieren. Ik vind het hilarisch als bejaarden van de roltrap vallen. Ik vind zelf dat ik gewoon door en door slecht ben.
Ik heb wel gevoel. Ik kan huilen van het lachen of keihard huilen om series of films of voorstellingen. En natuurlijk huil ik wel als er iets ergs gebeurd. Of om de domste dingen ooit. Bijvoorbeeld bij de uitslag van mijn kersttentamens. Ik had mijn klas al gewaarschuwd: 'Jongens, ik ga zo echt huilen. Ik voel het aankomen.' Terwijl mijn lerares me vertelde waarom ik een 5 had voor mijn spel, begon ik heel moedig mijn tranen in te houden. 'Vind je dat vervelend?' vroeg ze bezorgd. Ik was ondertussen hysterisch aan het janken. 'Nee, helemaal niet. ik ben gewoon heel moe.'
 Maar ik heb nog nooit kunnen huilen als ik zelf iets deed.
Zo zei mijn spelleraar vorig jaar: 'Britt, ik wil graag dat je bij deze scène huilt.'
Dat was alle informatie die ik kreeg. En ik ging er hard mee aan de slag, probeerde alle trucs die ik kende: ik dacht aan erge dingen, ik staarde te lang naar 1 punt, ik hield mijn gaap in, ik kneep mezelf heel hard. Maar er was niets dat me aan het huilen kreeg.
Daartegenover moest een klasgenoot van mij al huilen als ze aan haar moeder dacht, omdat ze zo veel van haar hield. En ik stond daar, zonder gevoel. Terwijl ik toch ook heel veel van mijn moeder hield. En sindsdien heb ik me erbij neergelegd dat ik dat niet kon, huilen om iets wat ik zelf produceerde. Mijn zwarte ziel zat me in de weg.
Vorige week vond ik een nummer die perfect zou zijn voor in een les. Op de opname die ik ervan bekeek, moest de actrice huilen. Ik zag gelijk voor me hoe ik, ontroerd door het nummer, in het lokaal voor mijn klas zou staan. Enthousiast studeerde ik het nummer in. Ik wist precies wanneer het nummer omsloeg en wanneer de tranen zouden moeten komen. En hoe vaker ik het zong, hoe minder ik erin ging geloven dat ik ook maar nattigheid in mijn ogen zou krijgen. Ik deed nog meer mijn best, speelde nog harder. Als ik het heel erg overdreef moest er wel iets van emotie meekomen.
Tijdens de les zette mijn lerares me op een stoel met de tip: 'Doe maar eens even helemaal niks. Laat je verbeelding het werk doen. Het enige wat je mag doen, is je fantasie gebruiken.'
Na drie keer opnieuw te moeten beginnen omdat ik toch nog teveel deed, kon ik het nummer door zingen. Op de plek die ik gekozen had als omslag moment, gebeurde nog steeds niks. Maar daar probeerde ik me niks van aan te trekken, ik was aan het fantaseren.
En ineens, op een plek waar ik het niet verwachte, schoot ik vol. Ik voelde hoe de tranen opwelde en ik probeerde het echt allemaal te laten gebeuren.
Ben ik dit? Ben ik degene die hier op een stoeltje zit te janken om een nummer? Dat kon ik toch helemaal niet? Nee, dat kon ik niet. Ik was degene zonder gevoel.
Voor ik het wist, had ik mijn tranen weer terug geperst in mijn lijf. Mijn fantasie was weg. De tranen waren weg.
En toch, was ik gelukkig. Zie je, ik ben niet gevoelloos. Ik ben niet in en in gemeen. Ik kan het wel. Ik kan wel janken.

Van de week las ik een column over huilen op het werk en hoe ermee om te gaan. En dat huilen op het werk een van de gênante dingen was die je mee kon maken. Hoe gek is het dat het op mijn opleiding en hopelijk later op mijn werk een doorbraak is? En veel voorkomend. Ik zie iedere dag minstens wel 1 iemand huilen. Niet alleen in een scène of nummer, maar ook gewoon in de kantine of op de wandelgangen. Achja, theatermensen zijn nou eenmaal hypergevoelig en overemotioneel. En trots!


You Might Also Like

2 reacties

  1. Je schrijft echt heel leuk en grappig! Ik ga je volgen! :D

    www.ellenellelavieestbelle.blogspot.com (:

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dankjewel! Dat vind ik echt fantastisch om te horen! X

      Verwijderen