Het is weer maandag #4: Noem mijn naam, noem mijn naam, noem mijn naam.

september 20, 2015

'Zo, hiervoor ging het wel, maar nu ik hier sta...' Zeg ik tegen Babeth terwijl ik op de gang sta te wachten tot degene voor me klaar is met zingen. Ik heb een mega stressvolle ochtend gehad. Doordat er een mongool in de Thalys gesprongen was en de politie veel te overdreven gereageerd heeft, stond ik op Rotterdam Centraal naar een bord te kijken met daarop: Rijdt niet, Rijdt niet, Rijdt niet. Mijn 50 minuten speling heb ik ruim overtreden en ik was dus uiteindelijk nog een kwartier te laat voor mijn auditie. Gelukkig liep het hier in Amsterdam ook uit en kan ik nog op het moment naar binnen dat ik op de planning stond.
Opwarmen in 1 grote ruimte vind ik verschrikkelijk. Ik ga niet even mijn belt-stem opwarmen, als er nog 20 anderen zenuwachtig heen en weer lopen. Maar op de een of andere manier maakt de drukte me vandaag rustig. Het heeft geen zin om te stressen, ik ga gewoon laten zien en horen wat ik kan. Dus eigenlijk was ik heel chill, tot ik op de gang moest gaan wachten. Nu ontploft mijn buik zowat. Waarom wil ik dit? Deze spanning is aan de ene kant echt niet normaal en zorgt ervoor dat ik liever dood wil, aan de andere kant word ik er zo enthousiast van.
De deur naar de auditie-ruimte gaat open en 'onbekend meisje van andere opleiding' komt eruit. Mijn beurt. Ik haal nog 1 keer diep adem en stap de ruimte in.
Het is veel kleiner dan verwacht. Er is een tafel waar vijf mensen aan zitten en een prachtige vleugel waar een pianist achter zit. De meeste mensen achter de tafel hebben een bekend gezicht.
'Britt,' zegt een van de mannen als ik binnen kom.
'Ja, Britt van Schie.' Antwoord ik terwijl ik in het midden van de zaal ga staan. Waarom zei ik dat? Ze kunnen op mijn CV heus wel zien hoe ik heet. Ik had ook gewoon netjes goedemiddag kunnen zeggen. Ik had überhaupt helemaal voorbereid wat ik zou gaan zeggen. Nu sta ik hier, tegenover een tafel vol vaag bekende gezichten en ik zeg helemaal niks. Gelukkig leiden zij het gesprek.
'Wat heb je meegenomen?'
Ik noem mijn nummers en zij kiezen voor 'Somebody to Love' van Queen. Ik had mijn nummers al ingekort, maar ik ben bang dat ze me eerder afkappen en dat ik het einde niet mag laten horen, dus ik besluit last-minute om toch nog op de helft te beginnen. Ik leg aan de pianist uit hoe ik mijn bladmuziek geknipt heb en ga staan.
De eerste noten beginnen en ik concentreer me. Ik weet dat ik dit kan. Ik heb dit nummer duizend keer gezongen. Ik weet dat ik kan knallen. Dit is mijn kans. Ik hoef alleen maar in mezelf te geloven. En vergeet niet te interpreteren. Moet je nou naar de jury kijken of juist niet? Oké, toch wel. Ze lachen lief naar me, af en toe schrijven ze wat op. Ik voel hoe de zenuwen langzaam mijn lijf verlaten. Nu komt die ene noot, die ik eigenlijk van tevoren nog even had moeten oefenen zodat ik zeker wist dat ie goed zat. Ik open mijn mond... Oké, ik heb hem wel eens beter gezongen. Maar er komen nog meer moeilijke noten, nog genoeg om te laten horen dat ik beter kan. En, hij was niet slecht, hij kan beter. Maar hij was nog steeds helemaal niet slecht. Ik maak mijn laatste noten af en ontspan. De vaag bekenden tegenover me lachen naar me. Dat lijkt me ook geen slecht teken.
'Nog een klein stukje van die andere doen, dan?' Hoor ik er één zeggen.
Wat? Nog een lied? Bijna iedereen mocht er maar 1. Mag ik nu echt mijn andere nummer ook nog zingen? Weer leg ik aan de pianist uit hoe het nummer in elkaar zit en ik ga weer klaarstaan. Oké, Britt, omschakelen. Niet vocaal knallen bij dit nummer, maar vertellen. Beleef het verhaal.
Ik verwacht na het eerste refrein afgekapt te worden, maar het gebeurt niet. De vaag bekenden kijken me aan en luisteren naar mijn verhaal. Ik laat los en ik zing en ik vertel. Als ik de laatste noten nog na hoor galmen, kan ik niet geloven dat dit echt gebeurd is.
'Mooi.' Zegt een van de mannen. Ik verlaat de ruimte en waan me weer tussen de groep nerveuze studenten.


'Noem mijn naam, noem mijn naam, noem mijn naam....' De dansauditie is bijna op z'n eind. Een paar mensen worden teruggeroepen om nog een keer te dansen. Ik vond het best moeilijk om als mover tussen al die goede dansers te staan. De jury weet dat wij geen dansers zijn, maar het is toch moeilijk dat iedereen mee kijkt hoe wij slechter zijn. Ergens wou ik dat iedereen onze zangaudities had kunnen horen.
En hoewel ik dus nooit aan het niveau van alle dunne, kleine meiden om me heen kan voldoen, hoop ik toch mezelf nog een keer te mogen laten zien. Het ging echt niet slecht. Ik heb de hele dans mee kunnen doen. En dat stukje wat ik nu steeds even niet had, kon ik aan de kant steeds wel. Ik wil nog even laten zien dat ik dat stukje ook kan. Daarnaast is nog een keer teruggevraagd worden nooit een slecht teken. Dus bid ik voor mijn naam. Ik bid dat hij me er nog een keer uit pikt en ik nog een keer mag dansen. Het gebeurd niet. Uiteindelijk mogen alle mensen die niet genoemd zijn in drie groepen toch nog dansen. Maar ik weet dat ze dat meer doen om iedereen het gevoel te geven dat ze evenveel gedaan hebben. De laatste keer gaat slecht, omdat de laatste keer bij mij altijd slecht gaat.
Ik wil niet teleurgesteld zijn, want ik heb echt laten zien dat ik kan oppikken en dat ik kan bewegen. Maar ik voel me zo geïntimideerd door alle mensen om me heen die naar me kijken en een oordeel over me hebben. Ik had groter moeten gaan, ik had meer lef moeten hebben. Ik had me er helemaal in moeten gooien.
Nee, ik heb genoeg laten zien. Dit is wat ik kan. Ik ben geen danser, maar ik kan goed bewegen. En ik kan zingen. Dit is wat ik wilde laten zien.

Het is zo bizar dat dit mijn eerste indruk was. Het was meer een inventarisatie-auditie, en als we al uitslag krijgen, komt ie pas over een paar weken. Maar hoe dan ook zal ik nooit meer een nieuwe eerste indruk kunnen geven. Deze mensen kennen me nu met wat ik vandaag laten zien heb. En ik ben echt niet ontevreden hoor. Ik vind het gewoon bizar dat ze me nu altijd zullen herkennen.

You Might Also Like

0 reacties