Mijn oh zo geliefde berenmuts.

november 15, 2017

Foto: Sandra Schenke.

Het is anderhalf uur reizen naar theater de Kom in Nieuwegein. In de trein nip ik van mijn cappuccino (oké, let's be honest, waarschijnlijk heb ik hem binnen drie slokken op) en lees ik een hoofdstuk Harry Potter. Mijn haar is dood aan alle kanten, mijn lichaam doet pijn, ik heb weer eens niet de moeite gedaan me op te maken vandaag en ik voel me al de hele dag heel dubbel. Heel excited om nog één keer te mogen, om dit te hebben meegemaakt en om hier en deel van te zijn geweest, maar ook verdrietig dat het vanavond echt voorbij is. Bij elke stap die ik zet, ben ik me er extra van bewust dat het de laatste keer is dat ik het ga doen. Als ik het theater binnenkom en mijn lieve collega's begroet. Voor de laatste keer eten we samen ons diner. We bereiden ons voor de laatste keer voor. Voor de laatste keer warmen we ons fysieke op, op Disney muziek. Voor de laatste keer toupeer ik mijn, voor de laatste keer smeer mijn gezicht vol met vegen. Voor de laatste keer haal ik mijn zender en soundchecken we: 'U ziet Zeikstad zo. Geen zeikverhaal al lijkt het zo. Uw geld voor onze Zeikstad show, dat bent u kwijt....' Voor de laatste keer trek ik de door mijn zus gemaakte kostuums aan en zet ik mijn oh zo geliefde berenmuts op. Voor de laatste keer prepareer ik al mijn kostuums, rekwisieten en flesje water achter de schermen. Voor de laatste keer wens ik mijn collega's dikke toi, natte likken en maak ik een ongepaste bananengrap die niemand meer grappig vindt. Voor de laatste hoor ik hoe de zaal vol stroomt, terwijl ik plaats neem op de draaischijf en me concentreer op de voorstelling.
Voor de laatste keer houden we drie uur lang onze plas op, dansen we met paraplu's, hangen we in stijgers, zingen we onze longen eruit, vermoorden we haasjes, starten we een revolutie, ontroeren we de zaal en elkaar en sturen we iedereen naar Zeikstad. Voor de laatste keer draait onze draaischijf en komen de laatste druppeltjes zweet onder mijn oh zo geliefde maar intens warme berenmuts vandaan en zingen we: 'Dit moet Zeikstad zijn. Kan alleen maar Zeikstad zijn. Zal voor altijd Zeikstad zijn. Nu dooft het licht.'
En het licht dooft, voor de laatste keer. We nemen voor de laatste keer het applaus in ontvangst en waarschijnlijk lopen op dat moment niet alleen de zweetdruppeltjes onder mijn berenmuts vandaan, maar ook de tranen over mijn wangen. Het doek gaat dicht. We knuffelen elkaar nog een keer, want wat een fijne, bijzondere groep. Ik trek mijn berenmuts van mijn hoofd en gooi hem in mijn tas. Ik kijk mezelf aan in de kleedkamerspiegel, veeg de tranen van mijn gezicht en glimlach naar mezelf. Het is klaar.

Vandaag zouden we onze laatste voorstelling gespeeld hebben. En dit is hoe ik mezelf voorstel dat het gegaan zou zijn. Inmiddels lijkt het een ander leven dat we aan deze productie begonnen en het helaas niet af mochten maken. Ik kan het me al bijna niet meer voorstellen dat ik echt iedere dag in de trein had gezeten naar een andere stad en een ander theater en dat ik echt iedere avond met mijn oh zo geliefde berenmuts op, het publiek mocht vermaken. Vanavond ben ik niet in theater de Kom in Nieuwegein, ik weet niet eens waar Nieuwegein ligt. Terwijl ik dit typ doop ik kruidnoten in een pot pindakaas (beste idee ooit) en ik bereid me voor op mijn werk. Het is inmiddels alweer bijna oké dat het niet oké was. Ik kan me vaag herinneren dat ik heel lang heel veel verdriet had, maar nu zijn er alweer andere dingen waar ik me druk om maak. Natuurlijk denk ik er nog vaak genoeg aan terug, maar langzaam is het vooral een fijne herinnering geworden. De pijn die om de hele gebeurtenis heen hing, slijt langzaam.
Het heeft niet zo mogen zijn.

En hoewel ik dat me toen echt maar niet kon indenken, is dat nu de situatie waar we mee hebben leren leven. We hebben geen invloed op hoe het gegaan is, maar we hebben wel invloed op hoe we ermee om gaan. Het heeft even tijd gekost, maar we zijn door gegaan. Met opgeheven hoofd hebben we onszelf weer bij elkaar geraapt en zijn we nieuwe avonturen aan gegaan of hebben we heel even voor de rust gekozen. Met ergens in ons hoofd het idee dat we een te gekke voorstelling hadden kunnen maken. Nu achtergelaten met een hele hoop prachtige herinneringen, een groep hele fijne en getalenteerde mensen die me altijd heel dierbaar zullen zijn en zo-veel kennis over mezelf die ik hiervoor niet had.
Ik zet mijn zak kruidnoten en mijn pot pindakaas weg, kijk mezelf aan in mijn spiegel en glimlach naar mezelf.
Het is pas net begonnen.

You Might Also Like

0 reacties