Ik zie dat het goed is.

december 08, 2017

Een foto van Friends kon natuurlijk niet ontbreken.
Ik zit op het meest ongezellige plekje van Rotterdam Centraal, tegenover het metro station. Ik draag een lange rok én een blouse én een trui én een bonten gilet én een hoed en ik drink mijn kop vanille latte in grote teugen leeg. Naast me zit een jongen. Hij is lang, blond, tenger en een tikje slungelig. Hij draagt blauwe allstars, een spijkerbroek, een bordeauxrode trui en nipt van zijn cinnamon latte. We zeggen niet veel tegen elkaar, maar kijken naar de mensen die voorbij lopen, laten elkaar gekke geitenfilmpjes zien en praten wat over onze klasgenoten, lessen en de toekomst. Onze blikken kruisen elkaar, ik kijk hem aan en ik zie dat het goed is.

Ik zit in één van de grote, bruine, leren stoelen. Ik draag een sportbroek, een bezweet t-shirt en een oversized trui en ik heb vandaag niet de moeite gedaan om iets aan mijn haar of gezicht te doen. Ik had mijn medium cappuccino binnen drie slokken op en begin nu aan mijn Italiaanse tosti, of mijn stuk taart, of mijn Italiaanse tosti én mijn stuk taart. In de grote, bruine, leren stoel tegenover me zit een jongen. Hij is lang, blond en ik zou hem niet per se meer tenger of slungelig noemen. Hij draagt Clarks, een zwarte broek en een gestreept t-shirt en nipt van zijn flat white voor hij begint aan zijn Italiaanse tosti, of zijn stuk taart, of zijn Italiaanse tosti én zijn stuk taart. We zeiken over school, onzekerheden, verwachtingen en verlangens, relaties of zijn druk aan het typen op onze laptop. Na een tijdje kruisen onze blikken elkaar, ik kijk hem aan en ik zie dat het goed is.

Ik zit op een zonnig terras met in mijn ooghoek kabouter buttplug. Ik draag een wijde bloemen broek en een gekleurd shirt en ik probeer zo lang mogelijk met mijn medium cappuccino met magere melk te doen. Tegenover me zit een jongen. Of, nou ja, jongen, het is inmiddels meer een man. Hij is lang, blond en geaard. Hij draagt witte sneakers, een pantalon, een zalmkleurig shirt, een twinkeling in z'n ogen en hij nipt van zijn medium cappuccino. We praten over zijn nieuwe leven op de master, een studie waarin ik ineens niet elke stap in zijn ontwikkeling mee maak, over productiehuizen die failliet gaan en over alle dromen die we plannen gaan maken nu onze toekomst nog leeg is.
In de verte komt een andere jongeman aangelopen. Hij is een stuk kleiner dan wij, al is dat niet zo moeilijk. Hij draagt ongeveer dezelfde outfit als de blonde jongen tegenover me en loopt recht op ons tafeltje af. Voordat hij mij begroet, geeft hij de lange, blonde jongen een zoen en als ze elkaar in de ogen kijken, zie ik dat het goed is.

Ik zit in een koffietent in Tilburg of all places en ik drink een Matcha Latte. Ik ben omringd door zijn familie, nadat we net zijn eerste optreden op de Master voor Muziektheater hebben mogen bewonderen. Zijn leven is precies zoals hij het bedacht had: studerend op de master op de school waar hij dat wilde doen, zijn bestaan gewijd aan leren kneitergoed te zingen. Trots zat ik een paar uur geleden op het puntje van mijn stoel terwijl hij het nummer zong die wij al jaren als duet willen doen, maar wat ik maar niet gezongen kreeg. En hoewel ik, in de afgelopen vier jaar, iedere stap in zijn ontwikkeling bewust meemaakte en vice versa, is er nu in drie maanden zoveel gebeurd. Hij is nog steeds die knappe, lange, blonde jongeman die tegenover me van zijn koffie nipte, maar hij is ook zo anders.
Terwijl zijn leven er precies zo uitziet als hij gepland had, is mijn leven helemaal anders. Hoewel ik er al redelijk aan gewend ben, kan ik er nog steeds niet aan wennen. En hoewel we allebei duidelijk onze eigen dingen aan het doen zijn en een heel ander leven leiden, zitten we nog steeds tegenover elkaar en drinken we onze koffie, net zoals vier jaar geleden. Hij sleepte me uit bed toen ik in een donker gat belande en zat voor me klaar met wijn. Ik bracht hem zijn favoriete snacks toen hij er even helemaal doorheen zat. We hadden in de afgelopen jaren ontelbare keren de slappe lach en nog steeds sturen we elkaar dagelijks hilarische gifjes of houden we een mega, Barba Streisand, Marco Borsato of Cynthia Erivo karaoke avond.
En sinds vorig jaar worden we vergezeld door de kleinere jongeman (ben je blij dat je in mijn blog zit?). Ze noemen elkaar 'lief', als ze elkaar aankijken begrijp ik waarom de wereld draait en hoewel ik moet toegeven dat de kleinere jongeman en ik elkaar niet zo goed lagen tot vorig jaar, ik kan niet blijer zijn dat zij elkaar gevonden hebben en dat ze daarnaast ook nog tijd maken voor mij. En dat ik koffie drink met zijn moeder en zijn zus alsof ik een deel van de familie ben.

Ik overdenk dit alles terwijl ik de laatste restjes van mijn Matcha Latte naar binnen werk, onze blikken kruisen elkaar en ik zie dat het goed is. Dat het goed is, dat het geweldig is en dat het geweldig blijft. Ik kan me bijna niet voorstellen dat ik straks vijf hele maanden weg ga en dat ik dit dan moet missen. Ik denk aan de loner die ik een paar jaar geleden nog was, aan alle vriendschappen die niet werkten of die ik verpestte, aan alle keren dat ik jankend in bed lag omdat ik me zo alleen voelde en aan hoe lang ik dat gevoel al niet meer gehad heb. Als tiener besefte ik me nooit hoe belangrijk vriendschap voor me was, nu besef ik me dat ik iets gekregen heb dat zoveel meer is dan vriendschap. Ik weet niet waar ik het aan verdiend heb, maar ik weet dat ik niet dankbaarder kan zijn dat het er is.

En hoewel de toekomst voor ons allebei nog onzeker is en we nu allebei onze eigen weg zullen gaan en niet meer iedere minuut aan elkaar vastgeplakt zitten, zoals de afgelopen vier jaar. Ik weet zeker dat we nog jaren en jaren lang tegenover elkaar zitten. Waar dan ook en hoe we onze koffie dan ook drinken, hoe onze toekomst er dan ook uit mag zien. Ik kan in elk geval niet wachten om te zien wat voor moois hij allemaal gaat bereiken. Ik zit op de eerste rij met een trotste grijns, onze blikken kruisen elkaar, ik kijk hem aan en we zien dat het, na al die jaren, nog steeds goed is.


You Might Also Like

0 reacties