Stoere snowboardchick, maar dan nét niet.

januari 09, 2018

Zo had ik eruit moeten zien. Source foto: Burton.com
Vraag me alsjeblieft niet waarom, maar ik wilde vroeger altijd iets breken. Leek me echt cool. Ik was altijd een beetje jaloers als klasgenoten in het gips zaten. Ik denk dat het vooral de aandacht was die me aansprak. Dat iedereen je ineens interessant vindt, op je gips willen schrijven. Iedereen die je zielig vindt, of juist stoer. Een avontuur om iedereen over te vertellen. Om eerlijk te zijn heb ik om diezelfde reden mijn kleine valpartijen of blessures nogal overdreven. Ik wilde bij iedere blauwe plek een verbandje, bij ieder pijntje langs de huisarts. Ik droomde bijna van gebroken botten.

Je raadt natuurlijk al dat ik op dit moment, heel ongemakkelijk, met één hand deze blog zit te typen. Vanochtend zat ik, rillend, in mijn eentje, in een kamer op de eerste hulp en probeerde ik me langzaam te beseffen wat er nou eigenlijk gebeurd was.
Afgelopen zaterdag. Na de escape room in Zoetermeer binnen 40 minuten zonder hints uit te zijn gekomen, leek het even een dag van ultiem geluk. Ik genoot intens van mijn lieve gezin en alle tijd die ik nog met ze heb voordat ik 5 maanden in mijn eentje op stap ga. Met lichtelijke angst, maar ook goede moed, stapte ik een uurtje later in mijn kerstlegging en de retro jas van mijn vader, het snowboard op. Na alleen de eerste afdaling uit de sleeplift te vallen en de helling af te rollen, kreeg ik mijn zelfvertrouwen langzaam terug. De keer erna zoefde ik naar beneden, stoere snowboarder die ik ben ging ik iedereen voorbij en viel ik alleen bij het remmen. Ik kon dit.
Ik heb jaren snowboardles gehad, maar nooit echt talent. Op wintersport had je de goede groep, de slechte groep en Britt. Privéles omdat ik zo slecht was. Ik stuntelde over de berg heen, maar deed langzaam toch genoeg kennis op om mezelf te redden. En met een beetje lef leek ik in mijn hoofd ineens wel een stoere snowboardchick.
Ik durf met toch wel 75% zekerheid te zeggen dat het ook echt niet mijn schuld was dat ik 5 minuten later weer van iets te dichtbij kennis maakte met de sneeuw. De ijzige baan, die door drukte eigenlijk veel te glad was, gleed ineens onder me vandaan. En hoewel ik echt wist dat ik mezelf niet op die manier op moest vangen, deed mijn eerste impuls het toch.
De leuke jongen bij de EHBO kon geen breuk ontdekken, dus opgelucht drukte ik een ice-pack op mijn pols en wachtte ik tot de pijn weg zou trekken.

In een overvol café, waar ik constant drie dingen tegelijk doe en geen eerste levensbehoeften als water drinken en ademen ken, merk ik de volgende dag pas veel te laat op dat ik veel te veel aan het doen ben. Pas aan het einde van de dag, merk ik hoe opgezet mijn vingers zijn. Het bier, de wijn en de cava verdoven langzaam de pijn en neemt ook al mijn waardigheid weg.

Nog brak sleep ik me de volgende ochtend naar de huisarts om het voor de zekerheid toch nog even te laten checken. Douchen doe ik wel al ik terug kom, ontbijten ook. Even snel heen en weer moet genoeg zijn.
'Ik weet eigenlijk zeker dat het niet gebroken is, dus je moet zelf maar beslissen of je voor de zekerheid nog een foto wil laten maken. Wat mij betreft is het niet nodig.' Opgelucht fiets ik door naar het ziekenhuis. Gewoon zekerheid dat er niks aan de hand is, vind ik toch wel een fijn idee, zeker nu ik over 3,5 week naar het buitenland verhuis.

Een uur later zit ik, rillend, in mijn eentje, in een kamer bij de eerste hulp. Ik weet nog niet of mijn kinderdroom is uitgekomen, ik kneiterhard in de zeik wordt genomen of ik het eigenlijk nog niet echt kan geloven. Terwijl ik wachtte op een: 'Mevrouw van Schie, er is niks te zien op de foto, u kunt gaan', waarna ik lekker door kon met mijn leventje, kreeg ik: 'Mevrouw van Schie, de foto is bekeken en uw pols is gebroken. U mag met mij mee naar de eerste hulp.' Wacht heel even hoor. Hoe ging ik van 'Ik kan geen breuk ontdekken' en 'Ik weet eigenlijk zeker dat het niet gebroken is', naar deze kamer in de eerste hulp? Mijn lompe zelf moet een beetje lachen om hoe ik nu weer in deze situatie gekomen ben, het kind in mij voelt een ver weggestopte droom uitkomen en ik zit rillend en lichtelijk misselijk van de angst (en de kater) bij de eerste hulp. Ik wil dit helemaal niet. Kan ik wegrennen? Kan ik terug naar gisteren, toen ik nog negeerde dat ik pijn had en gewoon lekker aan het werk was?

De eenhandigtypende persoon achter deze blog is nog steeds in driestrijd: ik lach mezelf ergens keihard uit. De hele situatie, je freaking pols breken 3,5 week voor je naar het buitenland verhuist lijkt wel een hele slechte grap van karma. Alle lompe pogingen om met 1 hand me aan te kleden, mijn haar vast te doen, te koken en al die andere dingen die fysiek onmogelijk zijn met 1 hand (zoals een blog typen) lijken wel een slechte slapstick-act. Ergens vind ik mezelf een klein beetje stoer, maar dat zijn hele korte momenten. Het grootste gedeelte van de tijd vind ik het eigenlijk heel irritant en zit dat gips maar in de weg. De laatste dagen die ik op werk nog te gaan had, kan ik niet meer werken, ik weet nog niet hoe ik moet verhuizen met gips, laat staan hoe ik moet emigreren met gips en me niet alleen in een Duits ziekenhuis moet redden, maar ook mijn zorgverzekering nog extra goed moet regelen (waar ik toch al vrij weinig van begreep.) Als ik mijn arm langer dan vijf minuten omlaag laat hangen, worden mijn vingers blauw en typen met één hand is best wel onhandig. Dat verklaart maar weer dat kinderdromen lang niet zo spectaculair zijn als ze uitkomen. Op mijn zwarte gips zal niemand schrijven en ik heb eigenlijk helemaal geen zin om zielig te zijn of honderd keer uit te leggen wat er gebeurd is.

Terwijl ik langs foto's scroll van stoere snowboardchicks, moet ik toch ook weer een beetje om mezelf lachen. Het kan er ook maar weer één gebeuren. Mijn motto van 2018 was: let the adventure begin. En begonnen met een avontuur ben ik zeker, zonder twijfel. Én door.

Zo zie ik er nu uit.

You Might Also Like

0 reacties