Woordenporno.

november 13, 2018



In de vensterbank van een winkelcentrum in Berlijn die vast zit aan de dierentuin, zodat je vanaf een groot raam naar de aapjes kan kijken tijdens het shoppen, zit ik vast aan het grote raam waardoor je naar de aapjes kan kijken tijdens het shoppen. In mijn ene hand een cappuccino, in mijn andere de nieuwe John Green waar ik al een paar dagen aan vast zit. Het is niet dat ik niks beters te doen heb, zeker niet zelfs. Maar ik kan me er niet toe zetten om door te gaan met mijn eigen leven. In plaats van met mijn rug tegen de aapjes zitten, ben ik in in Indianapolis en zoek ik, Aza Holmes, naar een voortvluchtige moordenaar voor de geldprijs terwijl ik misschien wel de liefde van mijn leven tegen het lijf loop.

- Iedereen kan je aankijken. Maar je komt haast nooit iemand tegen die dezelfde wereld ziet als jij -- Bezorgd zijn is de juiste levenshouding. Het leven is zorgwekkend. -- Je nu is niet je voorgoed. -- Niemand zegt ooit dat iets te lelijk is om waar te zijn. -- Volwassenen denken dat ze macht bezitten, maar eigenlijk bezit de macht hen. -- Ik ben omstandigheden. -- Wat ik zo fijn vind aan wetenschap is dat je wel steeds meer te weten komt maar nooit echt antwoorden vindt. Je vindt alleen betere vragen. -- Ik wist ook dat dingen die niet echt waren me wel pijn konden doen. -- Je bent iemands iets, maar je bent ook jouw jij. -- Ik stond nog aan het begin, ik kon nog iedereen worden. -- In drie woorden kan ik alles samenvatten wat ik over het leven heb geleerd: het gaat door. -- Dat niets in deze wereld verdiend is, behalve liefde, dat liefde zowel het hoe als het waarom van jou als mens bepaalt.

Het doet me denken aan de avonden dat mijn vader en ik elkaar Jaqcues Vriens voorlazen. Bladzijde om bladzijde. En dat ik dan net zo kon verdwalen in de woordenporno (wat ik toen natuurlijk zeker nog niet als porno bestempelde, terwijl ik er nu wel degelijk opgewonden van kan worden. (TMI, Britt, TMI.)) dat ik niet wilde stoppen en niet wilde slapen. Ik wilde in die fantasie blijven hangen zo lang ik kon. Ik wilde nog langer Akkie uit groep acht zijn die vecht tegen de Leukemie. Niet dat ik dat natuurlijk echt wilde zijn, maar ik was verslingerd geraakt aan Akkie en haar klasgenoten en ik wilde weten wat er nog meer allemaal gebeurde. Ik moest weten hoe het verder ging en hoe het af zou lopen. En terwijl het mijn vaders beurt was voor een bladzijde, deed ik mijn allerbest om niet in slaap te vallen, om mijn fantasie de hoofdrol te laten spelen in mijn dromen. Meer woorden, meer alinea's, laat er nooit een nieuwe bladzijde komen, laat het verhaal voor altijd verder gaan.
Natuurlijk viel ik altijd in slaap, net zoals jaren later, als ik nachtenlang op probeerde te blijven om mijn young-adult trilogieën jankend uit te lezen. Dikke druppels tranen vermengden zich met de woorden op papier terwijl Katniss de keuze maakte tussen Gale of Peeta en Tris Four in Tobias zag veranderde en John Green voor het eerst mijn leven verrijkte en verdiepte, alsof hij een diepe kuil groef in mijn ziel.

Op het vliegveld in Athene zit ik vast aan het stopcontact in de bank naast me. Mijn House of Cards aflevering wacht, maar mijn batterijpercentage en onlosmakelijk verbonden mijn head phone-ingang staan het me niet toe. Met een beetje tegenzin besluit ik André Aciman uit mijn tas te trekken. André begon me vijf maanden geleden te vertellen over Elio in B, zijn stiekeme hunkering naar de naam van Oliver, zijn ongebruikelijke talent voor muziek en perziken. En terwijl zijn woorden me raken, zorgt de combinatie die hij tot zinnen tovert ervoor dat ik zijn vertelling niet snel uit mijn tas haal. Al een half jaar wil ik verdwalen in zijn prachtige beeldspraak, maar als ik dat doen, ben ik na een halve zin verdwaald in zijn woorden-web. Woordenporno? Zeker. Toegankelijk? Misschien iets minder. En toch vergeet ik de slechte smaak van de vliegveld-DJ, vergeet ik het uur vertraging, vergeet ik de te harde bankjes en de te zoute feta-sandwich. Ik ga mee met Elio, ik bén Elio en groei op en ik blijf altijd die ene liefde onthouden die zó gecompliceerd en zo gepassioneerd en zo prachtig was, net zoals de woorden op papier. En, hoewel oncomfortabel, ik verdwaal in het verhaal, tot de bladzijdes uit het boek vouwen en er geen hoekje meer over blijft om aan te geven dat er op de bladzijde een zin staat die markering verdient.

Is het beter te spreken of te sterven? -- Als hij eens wist dat ik hem alle kans gaf om twee plus twee op te tellen en het antwoord te vinden in een cijfer groter dan oneindigheid. -- Het licht van mijn ogen, zei ik, licht van mijn ogen, licht van de wereld, dat is wat je bent, licht van mijn leven. -- Ik ga dood als je stopt. -- Laat het me niet los vanavond. Ik aanbid iedere vinger aan die hand, iedere nagel die je bijt aan iedere vinger, mijn liefste, liefste Oliver, laat me nog niet los, ik heb je hand daar nodig. -- Zoals soldaten getraind te vechten in het donker, leefde ik in het donker zodat ik niet geblindeerd werd als als de duisternis kwam. Oefen de pijn om hem dof te laten zijn. Homeopatisch. -- Leed anticiperen om leed te neutraliseren: dat is armzalig, laf gedoe, vertelde ik mezelf, omdat ik wist dat ik een bekwaam beoefenaar van de kunst was. En wat als het heftig kwam? Wat als het kwam en niet los liet, een leed dat kwam om te blijven en met me deed wat verlangen naar hem gedaan had in de nachten dat er iets essentieels miste in mijn leven dat het net zo goed kon missen in lichaam, zodat hem verliezen zou zijn alsof ik een hand verloor die je op iedere foto terug ziet, maar zonder wat je nooit meer jezelf kan zijn. Je verliest het, zoals je altijd wist dat je het zou verliezen, en je was er zelfs op voorbereid; maar je kan jezelf er niet toe brengen te leven met het verlies. En hopen er niet aan te denken, zoals bidden er niet over te dromen, doet net zoveel pijn. -- Hij is meer mijzelf dan ik ben. -- Wat jullie hadden had niks te maken met intelligentie. Hij was goed en jullie hadden beide geluk elkaar te vinden, want jij bent ook goed. -- Tijd maakt ons sentimenteel. Misschien, aan het eind, is het door de tijd dat we lijden. 

De jongen komt mijn cappuccino brengen. Hij is jong, misschien mijn zusjes leeftijd. Ik zit vast op de leren bank tussen het bouwterrein wat de Donner is op dit moment en graai in mijn tas om mijn vers aangeschafte Greame Simsion uit haar verpakking te vissen. Ik snuif aan de lichtgele bladzijden, want alleen de geur van nat gerend, warm asfalt overtreft deze geur en kijk gelukkig om me heen. Ik heb mijn e-reader in de kast laten en ben naar het centrum gereden om de rode softcover aan te schaffen die ook op de digitale bibliotheek staat. Gewoon voor deze geur. En tot mijn grote verrassing ben ik niet de enige die nog steeds graag tussen de rijen vol kasten snuffelt naar een nieuw pareltje, in plaats van in de online bookstore. Terwijl de grootste échte boekenwinkel van Rotterdam één grote bouwput is, inclusief bijbehorende boorgeluiden en flirtende bilspleten, is het nog steeds vol met mensen. Ik ben blij dat, hoewel een e-reader een ontzettend makkelijk ding is, ik niet de enige ben die toch nog steeds liever door een écht boek bladert en dat onze geliefde Donner dus hopelijk nog het einde van de verbouwing haalt, niet zoals de Videoland waar mijn vader zo van hield één blok verder.
'Ik moet je toch een compliment geven voor je outfit. Past er goed bij.' Zegt de jonge cappuccino brenger van mijn zusjes leeftijd.
Ik verstrengel me in de autistische levensstijl van Don Tillman, gooi 50 cent in de fooienpot, wat veel meer is dan de gebruikelijke 10%, maar wat maakt het uit. Ik sta op een opgepropte tram vol met verregende jassen en zeurende opmerkingen, maar toch glimlach ik naar mijn voorbijgangers. Ik deel mijn kaascracker met de muis op het perron, trek een fles wijn open en verlies mezelf ergens tussen de bladzijdes.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
WORDPORN.

In the windowsill of a Mall in Berlin that is connected to a Zoo, so that you can watch the monkey's from a big window during shopping, I'm connected to the big window from which you can see the monkeys during shopping. In my right hand a cappuccino, in my left hand the new John Green that I have been stuck to for days now. It's certainly not like I have nothing better to do. But I can't get myself to get on with my own life. Instead of sitting with my back to the monkeys, I'm in Indianapolis and I (Aza Holmes) am looking for a missing murderer to get the big sum and maybe find the love of my life.

- Anybody can look at you. It's quite rare to find someone who sees the same world you see. -- Worrying is the correct worldview. Life is worrysome.  -- Your now is not your forever. -- Nobody ever says it's to ugly to be true. -- Adults think they are wielding power, but really power is wielding them. -- I am only a set of circumstances. -- What I love about science is that as you learn, you don't really get answers. You just get better questions. -- But I also knew I could be hurt by things that weren’t real. -- You are somebody's something, but you are also your you. -- I was still at the beginning. I could still be anybody. -- In three words I can sum up everything I’ve learned about life: It goes on. -- that nothing in this world is deserved except for love, that love is both how and you become a person and why.
It takes me back to the evenings that my dad and I would read Jaqcues Vriens to each other. Page per page. And that I could get lost in the wordporn (that I certainly did not name wordporn yet, even though now it can turn me on (TMI, Britt, TMI.)) that I didn't want to stop and fall asleep. I wanted to stay in the fantasy as long as I could. I wanted to be Akkie a little longer who was fighting leukemia. Not that I really wanted to be sick, of course, but I got hooked on Akkie and her classmates and I wanted to know what else would happen. I needed to know what else would happen and how the story would end. And while it was my fathers turn to read, I tried as hard as I could not to fall asleep, to make my fantasy the lead part of my mind. More words, more paragraphs, let the page never turn, let the story go on forever.
Of course I always fell asleep, just like years later, as I tried to stay awake all night to finish my young-adult trilogies, crying. Big tears got mixed together with the words on the paper while Katniss made a choice between Gale of Peeta and Tris found Tobias in Four and John Green enriched and deepened my life for the first time, as if he made a deep pit in my soul.

On the airport in Athens I'm stuck to the charging socket in the bench next to me. My House of Cards episode is waiting, but my battery percentage and my connected head-phone-plug don't allow it. With a bit of reluctance I decide to take my André Aciman from my bag. André started telling me about Elio in B, his secret longing for the name of Oliver and his outstanding talent for music and peaches about five months ago. And, even though his words touch me, the combination of them that conjure sentences makes me reluctant to grab his story from my bag. For half a year I want to get lost in his word-web. Wordporn? Definitely. Accessible? Maybe a little less. But still I forget the bad taste of the airport-DJ, I forget the hour of delay, I forget the uncomfortable benches and the very salty feta-sandwich. I go with Elio, I becóme Elio. I grow up and I keep remembering that one love that was só complicated and so passionate and so beautiful, just like the words on the paper. And, although uncomfortable, I get lost in the story, until the pages of the book turn into folds and that there's not a corner left to indicate there is a sentence on the pages that needs to be highlighted.

Is it better to speak or die? -- If he knew, if he only knew that I was giving him every chance to put two and two together and come up with a number bigger than infinity. -- The light of my eyes, I said, light of my eyes, light of the world, that's what you are, light of my life. -- I'll die if you stop. -- May it never let go of me tonight. I worship every finger on that hand, every nail you bite on every one of your fingers, my dear, dear Oliver—don’t let go of me yet, for I need that hand there. -- Like soldiers trained to fight by night, I lived in the dark so as not to be blinded when darkness came. Rehearse the pain to dull the pain. -- Anticipating sorrow to neutralize sorrow—that’s paltry, cowardly stuff, I told myself, knowing I was an ace practitioner of the craft. And what if it came fiercely? What if it came and didn’t let go, a sorrow that had come to stay, and did to me what longing for him had done on those nights when it seemed there was something so essential missing from my life that it might as well have been missing from my body, so that losing him now would be like losing a hand you could spot in every picture of yourself around the house, but without which you couldn’t possibly be you again. You lose it, as you always knew you would, and were even prepared to; but you can’t bring yourself to live with the loss. And hoping not to think of it, like praying not to dream of it, hurts just the same. -- He is more myself than I am. -- What you two had had everything and nothing to do with intelligence. He was good, and you were both lucky to have found each other, because you too are good. -- Time makes us sentimental. Perhaps, in the end, it is because of time that we suffer.
The boy brings my cappuccino. He is young, maybe my sisters age. I'm stuck to the leather couch in the building site that is the Donner at the moment and grab my bag to get my freshly bought Greame Simsion out. I sniff the light yellow pages, because only the smell of rain on concrete after a summers day is better than this smell and I look around, happily. I left my e-reader in the bookcase and drove to the city to buy the red softcover that is also in my digital library. Just for this smell. And, to my great surprise, I'm not the only one who still loves to look through the rows full of bookcases to find a new pearl, instead of look through my online bookstore. While the biggest real bookstore of Rotterdam is under construction and is one big building site, including drilling sounds and flirting anal clefts, it's still filled with people. I'm happy that, even though an e-reader is a very helpful thing, I'm not the only one who still prefers a real book and my beloved Donner is gonna make it through the construction, not like the videotape store that my dad loved so much at the end of our street.
'I have to compliment your outfit. You fit in.' Says the young cappuccino-bringer from my sisters age.
I get lost is the autistic lifestyle of Don Tillman, put 50 cents in the tip jar, that is a lot more than my usual 10%, but it doesn't matter. I commute in a stuffed up tram filled with wet raincoats and complaints, but I smile. I share my cheese-cracker with a mouse at the train station, open a bottle of wine and lose myself somewhere between te pages.

You Might Also Like

0 reacties